Baarland
Ontdek de geschiedenis van deze voormalige gemeente en start het onderzoekmet de inventaris van het archief.
Ontstaan
De ontstaansgeschiedenis van het dorp Baarland is minder duidelijk dan van de andere middeleeuwse dorpen in de Zak van Zuid-Beveland. Deze dorpen ontstonden doorgaans in de 11e en 12e eeuw aan een kreek, die in verbinding stond met open, bevaarbaar water. Op het eiland Baarland zijn oudere dorpen ontdekt, zoals Westdorpe en Delinge. Waarschijnlijk is na de inval van de Vlamingen in 1295 het oorspronkelijke verwoeste dorp verplaatst en herbouwd op de huidige plaats. De vorm geeft aan, dat het pas veel later als dorp tot ontwikkeling is gekomen. De dorpen, die op de kerneilanden Zuid-Beveland en Borselen zijn ontstaan, waren zogenaamde terpdorpen: ringdorpen op een verhoging. De hoger gelegen kreekrug werd dan kunstmatig nog hoger opgeworpen en hierop werden de huisjes gebouwd met in het midden een kerkje of een eenvoudige kapel. Voorbeelden hiervan zijn Nisse, ‘s-Heer Abtskerke en Ellewoutsdijk. Baarland is nooit een terpdorp geweest, het ligt wel op een kreekrug, maar is direct zo aangelegd, dat er een langwerpig plein ontstond. Dit plein had een openbare functie en had aan de oostkant een drinkwaterput , de zogenaamde vate en aan de noordwestkant stond de kerk. Tot het grondgebied van de gemeente behoorden de polders de Hoogoever, de kleine Reinoutspolder, de grote Reinoutspolder, de Quistkostpolder, de Jan Vierloospolder, de Hugo Veermanpolder, gedeelten van de Siguitpolder, de Nieuwe Vreelandpolder, de Onze Lieve Vrouwe Stelle en de Kruiningenpolder.
Ambachtsheerlijkheid
De ambachtsheerlijkheid bestond uit Baarland, Bakendorp en Oudelande en was in het bezit van de geslachten van Baerland en Van Renesse. Later viel het ambacht in 22 ambachtsgerechtigden uit elkaar. In het begin van de 17e eeuw wist het geslacht Van Baerlant bijna het hele ambacht in handen te krijgen. In1737 werd de ambachtsheerlijkheid gekocht door Jan van Eek uit Rotterdam. Vervolgens kwam ze in bezit van Jan Comelis Lampsins, Arent Wilhelm van Kerche en Van Boles. In 1855 kwam het ambacht in handen van Anthonie van Hoboken. In1924 werd het ambacht gekocht door de landbouwer J.D. Pompoene en burgemeester J. Ermerins.
Bestuur
Vroeger kende Baarland een bestuur dat niet veel afweek van dat in de andere dorpen in Zuid-Beveland. De ambachtsheren benoemden de baljuw, schout en schepenen, kerk- en armmeesters en de ontvanger van de accijns. Ook had de ambachtsheer het recht om goedkeuring te geven aan de te beroepen predikant. Baljuw en schepenen, later schout en schepenen, waren belast met de uitvoering van het bestuur van het dorp. Ze hadden ook de lage rechtsspraak in handen. Ze mochten beslissingen nemen in eenvoudige rechterlijke aangelegenheden en civiele procedures. De dorpssecretaris stond hen administratief bij. In1795 kwamen de Fransen in ons land en vond de Bataafse omwenteling plaats. De ambachtsheerlijke rechten werden afgeschaft en de rol van de ambachtsheren in het plaatselijk bestuur was uitgespeeld. Er kwam nu een prille vorm van democratie.
Wetgeving en democratie
In de periode 1810-1813 was de Franse wetgeving hier van toepassing. Er kwam nu een maire en een municipale raad. Het zwaartepunt van het bestuur kwam bij de maire te liggen. Dit werd in 1814 weer al afgeschaft. Nu kwam er een gemeenteraad, een schout en assessoren. De laatsten werden door de gemeenteraad gekozen en door het provinciebestuur benoemd. In 1824 veranderde de naam van schout in burgemeester omdat er een nieuw regelement op de ‘besturen ten plattelande’ ingevoerd werd.
In 1851 werd de gemeentewet ingevoerd en verviel het verschil tussen stad en platteland. Het hoofd van de gemeente werd nu de gemeenteraad. Deze had verordenende bevoegdheden en regelde de gemeentelijke financiën. Uit de gemeenteraad, die om de vier jaar verkozen werd, werden twee wethouders aangewezen, die samen met de burgemeester het college van burgemeester en wethouders vormden. Dit college was belast met de voorbereiding van de besluiten van de gemeenteraad en met uitvoering van wettelijke regelingen van hogerhand. De burgemeester was belast met het oppertoezicht over de brandweer en de politie. Hij vervulde de representatieve taak. Hij werd voor zes jaar door de Kroon benoemd. In de regel werd hij voor een volgende termijn herbenoemd.
In1851 stond de democratie nog maar in de kinderschoenen. Niet alle ingezetenen van het dorp mochten de gemeenteraad kiezen. De toplaag in de gemeente koos het gemeentebestuur. In de loop van de jaren kwamen er allerlei vormen van kiesrecht. Er kwamen loon-, spaar- en examenkiezers. Pas in 1919 werd een algemeen stemrecht voor iedereen ouder dan 21 jaar ingevoerd. De gemeenteraad van Baarland bestond uit zeven leden naar rato van het aantal inwoners van het dorp.
Gemeenteraad
In het begin vergaderde de gemeenteraad in één van de plaatselijke herbergen. Dit was herberg “De Prince”. Een gedeelte van deze herberg was ingericht als vergaderruimte en er werd ook recht gesproken. Dit werd nu het Parochiehuis. Tot 1776 zaten er verschillende eigenaren in. In dat jaar werd het gekocht door het parochiebestuur. Die liet het afbreken en opnieuw opbouwen. In 1802 werd het weer verkocht, met de voorwaarde dat de Rechtkamer eigendom bleef van de parochie. In1882 werd een voorstel van de burgemeester om een woonhuis in het dorp aan te kopen en in te richten als gemeentehuis, met algemene stemmen door de gemeenteraad verworpen. Op 23 juli 1882 deelde de burgemeester mede, dat door brandstichting in de nacht van 14 op 15 juli 1882 de herberg, schuur en gemeentekamer volledig afgebrand waren. Er moest nu wel een nieuw gemeentehuis komen. Er werd een nieuw raadhuis met archiefbewaarplaats gebouwd in 1883. Bij de intrede van de nieuwe burgemeester J.C. Vogelaar in 1938 werd besloten om een gemeentehuis met burgemeesterswoning te bouwen. Dit kwam er in 1939. Het oude werd voor fl. 505,- verkocht. Na de opheffing van de gemeente in 1969 werd het gemeentehuis nog jaren verhuurd aan de Stichting Opbouw West Zuid-Beveland.
Dorpsleven
Baarland was een kleine agrarische dorpsgemeenschap. Het hoogste aantal inwoners wat het dorp heeft gehad, bedroeg in 1950 850 zielen. In1606 stonden er 147 huizen in Baarland en Bakendorp. Het aantal inwoners bedroeg toen waarschijnlijk 661. Met dit aantal huizen kan Baarland tot één van de grotere dorpen gerekend worden. Rond 1694 waren er volgens Tirion in de Tegenwoordige Staat van Zeeland 84 huizen en één korenmolen aanwezig. Met dit aantal huizen zouden er in Baarland ongeveer 350 mensen gewoond hebben. In1795 kon men over het precieze aantal inwoners beschikken, namelijk 475. De Fransen waren nu aan het bewind en verlangden het juiste aantal. Inde 19eeeuw ging het aantal inwoners gestaag omhoog. In1820 woonden er 520 mensen in Baarland en in 1826 warden dat er 584. In 1840 woonden al 604 mensen in Baarland. Door de emigratie naar Amerika zakte dit aantal in 1850 naar 580. het hoogste aantal inwoners werd bereikt in 1950 met 840 inwoners. Met de herindeling van 1970 woonden er 662 mensen in het dorp.
Herbergen
In 1600 bevonden er zich twee herbergen in Baarland. Daarnaast waren er nog drie zogenaamde bierhuizen. Dit aantal veranderde in de loop van de eeuwen niet veel. Echter in 1739 veranderde dit radicaal. Jan Vercijs kocht toen een huis en schuur van Jan Willemse om daar een herberg en een bakkerij te exploiteren. Dit was de herberg “De Swaen”. Toen hij in 1859 de Parochieherberg kocht wist hij het zo te sturen, dat hij het eeuwigdurend recht kreeg om met uitsluiting van andere kroegen, herberg te houden in Baarland. Na 1759 werd de herberg opgegeven en werd het alleen nog maar bakkerij. Ook is er een brouwerij en steenbakkerij in Baarland geweest, maar deze hebben zich geen van beiden kunnen handhaven.
De haven
Baarland heeft zelf nooit een haven gehad. Het dorp maakte gebruik van de haven van Bakendorp. Dit moet al een heel oude haven geweest zijn. In 1441 wordt hij vermeld. De haven was economisch van groot belang. Er werden landbouwproducten verhandeld en er werden veel goederen per schip aangevoerd en vervolgens verder getransporteerd naar Baarland. In de loop der eeuwen bleef er sprake van veel economisch verkeer. In 1800 waren er bijvoorbeeld drie beurtschippers, één op Holland, één op Middelburg en één op Hulst. In 1878 besloot de gemeente Baarland om de haven aan te kopen. Deze werd om niet door de ambachtsheren aan de gemeente verkocht. In 1948 werd de haven gesloten en na de watersnoodramp van 1953 gedempt.
Kerken
In Baarland was in het begin de Nederlandse Hervormde Kerk het enige kerkelijke genootschap. In de 19e eeuw kwam daar de Gereformeerde kerk bij. Hervormden en Gereformeerden verenigden zich in PKN-verband. In 2003 hield men de laatste dienst in het Gereformeerde kerkgebouw, dat daarna verkocht werd.
Scholen
In Baarland had men een openbare lagere school. Aanvankelijk werden de schoolmeesters door de kerkelijke en gemeentelijke overheid benoemd. In de 19e eeuw kwam dit geheel bij de gemeentelijke overheid te liggen. Van christelijk onderwijs was op Baarland geen sprake.
Archief
In oude tijden, mogen we aannemen, is het archief bewaard geweest in de gemeenteherberg of bij de baljuw of dorpssecretaris. Meer zekerheid over de bewaring van het archief komen we tegen in 1939. In dat jaar brandde de dorpsherberg af. In d dorpsherberg bevond zich ook de gemeentekamer met het archief. Een groot gedeelte van het archief ging verloren. Wat er aan archiefstukken overbleef, paste in één doos. Toen moest men wel een nieuw gemeentehuis bouwen en daar werd meteen een archiefbewaarplaats bij gebouwd. In 1883 nam de gemeente het nieuwe gemeentehuis in gebruik. In 1938 werd een nieuw raadhuis met ambtswoning voor de burgemeester gebouwd, met daarin een nieuwe archiefbewaarplaats. De oude archiefbewaarplaats was ontoereikend voor de berging van het archief.
Bron: inventaris van de voormalige gemeente Baarland
