Ellewoutsdijk

Ontdek de geschiedenis van deze voormalige gemeente en start het onderzoekmet de inventaris van het archief.

Ellewoutsdijk-banner

Ontstaan

De naam Ellewoutsdijk is waarschijnlijk afgeleid van de persoonsnaam Elewold. Ellewoutsdijk is één van de nederzettingen die op het eiland Borselen zijn ontstaan. Dit eiland wordt voor het eerst genoemd in een oorkonde van 18 januari 976, waarbij Keizer Otto 11 de Sint Baafsabdij bij Gent bevestigt in haar goederen op de eilanden Scaldis (Schouwen),  Beuelandea (Beveland), Uualacra(Walcheren) en Brumsale (Borselen). In 1216 worden pas de parochiekerken genoemd. Op het eiland Borselen waren dat Vinningen, Ellewoutsdijk en Monster.

Waar nu het dorp Ellewoutsdijk ligt, was het einde van een bevaarbare kreek. Deze kreek had geen verbinding met de de andere daar liggende kreken.  De dorpen, die op de kerneilanden Zuid­ Beveland en Borselen zijn ontstaan, waren zogenaamde terpdorpen. Ellewoutsdijk is er daar één van. Het zijn ringdorpen op een verhoging. De hoger gelegen kreekrug werd dan kunstmatig nog hoger opgeworpen en hierop werden huisjes gebouwd met in het midden een kerkje of een eenvoudige kapel. De smalle kreekrug, waar Ellewoutsdijk op ontstond, werd opgehoogd met anderhalve  meter grond tot een lage woonterp. Later werden er vanaf de dorpsterp twee dijkjes gelegd om het haventje heen. Deze sloten aan op de na de ramp van 1134 aangelegde ringdijk, die het hele eiland Borsele tegen de zee beschermde. De huidige jachthaven ligt in het verloop van deze bevaarbare kreek, die door het brede voorliggende schorrengebied naar de Honte liep. Tot het grondgebied van de gemeente behoorde de Ellewoutsdijkpolder, de Noordpolder en de Everingepolder. Verdwenen polders behorende tot het grondgebied zijn de Oude Sluispolder, de Zuidpolder van Ellewoutsdijk, de Nieuwpolder, de Zoutepolder, de Pappotpolder, Quistgeldpolder en De Lutianopolder. Deze zijn in de 16e en 17e eeuw verdwenen.

Ambachtsheerlijkheden

De ambachtsheerlijkheid had dezelfde naam als het dorp, namelijk Ellewoutsdijk. Ze was in het begin in het bezit van de heren van Everinge. In 1385 overleed Wolfert van Everinge als laatste van zijn geslacht en vielen de bezittingen terug aan de graaf. Deze beleende in hetzelfde jaar Raas van Brigdamme met de heerlijkheid. In 1394 stierf zijn zoon kinderloos en het ambacht ging over naar Nicolaas van Borselen van Kortgene. Deze overleed in 1410. Zijn zoon erfde echter de heerlijkheid niet, want in 1413 werden de grafelijke tienden als onsterfelijk erfleen verkocht aan Wolferd van der Maelstede, die zich daarna Wolfert van Everingen noemde. In de tweede helft van de 16e eeuw kwam een groot gedeelte van de ambachtsheerlijkheid in handen van het Goese burgemeestergeslacht van Baerlandt. Het andere gedeelte kwam in handen van de familie De Lutiano. Hun zoon Fredrik ging echter failliet en de ambachtsheerlijkheid werd nu opgekocht door het Goese burgemeestersgeslacht van Watervliet. Toen ook dit geslacht uitstierf, kwam het in het bezit van het geslacht De Perponcher Sedlnitsky. Willem Carel de Perponcher verkocht het ambachtsheerlijke recht aan de notaris Johannes Prumers. Na het overlijden van deze kocht Jan Christiaan van Hattem de titel van ambachtsheer voor f117.000,-. Dit was in 1881. Toen waren de ambachtsheerlijke rechten echter al afgeschaft en was het een ceremoniële functie.

Het dorps- en later gemeentebestuur

Vroeger kende Ellewoutsdijk een bestuur dat niet veel afweek van de andere dorpen op Zuid­ Beveland. De ambachtsheren benoemden de baljuw, schout en schepenen, kerk- en armmeesters en de ontvanger van het accijns. De ambachtsheer had ook het recht om goedkeuring te geven aan de te beroepen predikant. Baljuw en schepenen, later schout en schepenen, waren belast met de uitvoering van het bestuur van het dorp. Ze hadden ook de rechtsspraak in handen namen beslissingen in lage rechterlijke aangelegenheden en civiele procedures. De dorpssecretaris stond hen administratief bij. In 1795 kwamen de Fransen in ons land en vond de Bataafse omwenteling plaats. De ambachtsheerlijke rechten werden afgeschaft en en de rol van de ambachtsheren in het plaatselijk bestuur was uitgespeeld. Er kwam nu een prille vorm van democratie.

In de periode 1810-1813 was de Franse wetgeving hier van toepassing. Er kwam nu een maire en een municipale raad. Het zwaartepunt van het bestuur kwam nu bij de maire te liggen. Dit werd in 1814 weer afgeschaft. Er kwam nu een gemeenteraad, een schout en assessoren. Deze werden door de gemeenteraad gekozen en door het provinciebestuur benoemd. In 1824 veranderde de naam van schout in burgemeester, omdat er een nieuw reglement op de besturen ten plattelande ingevoerd werd.

In 1851 werd de gemeentewet ingevoerd en verviel het verschil tussen stad en platteland. Het hoofd van de gemeente werd nu de gemeenteraad. Deze had verordenende bevoegdheden en regelde de gemeentelijke financiën. Uit de gemeenteraad, die om de vier jaren verkozen werd, werden twee wethouders aangewezen. Zij vormden samen met de burgemeester het college van burgemeester en wethouders. Dit college was belast met de voorbereiding en uitvoering van de besluiten voor de gemeenteraad en met uitvoering van wettelijke regelingen van hogerhand. De burgemeester had het toezicht over de brandweer en politie. Hij werd voor zes jaar door de kroon benoemd. In de regel werd hij voor een volgende termijn herbenoemd.

In 1851 stond de democratie nog maar in de kinderschoenen. Niet alle ingezetenen van het dorp mochten de gemeenteraad kiezen. De toplaag in de gemeente koos het gemeentebestuur. In de loop van de jaren kwamen er allerlei vormen van kiesrecht. Er kwamen loon-, spaar- en examenkiezers. Pas in 1919 werd een algemeen stemrecht voor iedereen ouder dan 21 jaar ingevoerd. De gemeenteraad van Ellewoutsdijk bestond uit zeven leden, naar rato van het aantal inwoners van het dorp.

De vergaderingen van de gemeenteraad werden aanvankelijk in de parochieherberg gehouden. In 1882 huurde men van de Nederlandse Hervormde Kerk de consistoriekamer. Eerst wilde men de juist vrijgekomen onderwijzerswoning verbouwen tot gemeentehuis, dit kostte fl. 1.125,-. De gemeente wilde dit betalen uit de gewone middelen. Gedeputeerde Staten keurden dit echter niet goed. De gemeente moest maar een lening afsluiten. Men zag van de verbouwing af en vergaderde in de consistoriekamer. In 1892 kwam er echter een genereus aanbod van de ambachtsheer J.C. van Hattum. Deze wilde de gemeente een woonhuis schenken om als gemeentehuis in te richten. Hij offreerde daar ook een lening bij tegen 4 procent rente. Bouwkundige J. Scheele uit Terneuzen ontwierp een plan en een bestek en P.C. van Strien mocht de verbouwing als laagste inschrijver voor fl. 12.075,- uitvoeren.

Fort Ellewoutsdijk

In de 19e eeuw werd door de Nederlandse Staat bij Ellewoutsdijk een fort gebouwd dat behoorde tot het verdedigingssysteem langs de Westerschelde. Men was er bang voor, dat buitenlandse schepen naar Antwerpen zouden varen en dat zo de neutraliteit in gevaar zou komen. Het fort is echter niet veel gebruikt. Het stond zelfs in de 19e eeuw al op de lijst van af te breken forten. Dit is door de vestigingswet van 1874 niet doorgegaan omdat het fort nodig was voor de handhaving van de neutraliteit. Na de eerste wereldoorlog degradeerde het fort van verdedigingslinie tot opslagruimte. In de tweede wereldoorlog werd het nog als interneringskamp gebruikt voor Duitsers en N.S.B.-ers. Na de oorlog stootte Defensie het af als militair object en in 1981 werd het fort aangekocht door de Stichting Natuurmonumenten.

Tweede Wereldoorlog en watersnoodramp

Ellewoutsdijk had veel te lijden van de tweede wereldoorlog. Vooral het bombardement van 19 oktober 1944 zorgde voor veel schade De toren en de kerk, de school en de villa “Zorghvliet” van de familie van Hattum lagen allemaal in puin.

Van de 156 panden waren er 50 totaal verwoest. Bij de oorlogshandelingen verloren acht inwoners van Ellewoutsdijk het leven. Met de watersnoodramp van 1953 had het dorp drie slachtoffers te betreuren. Het dorp kwam onder water te staan, maar de schade aan de huizen viel mee. Wel was de haven flink beschadigd.

Archief

In oude tijden zal het archief van de gemeente wel bewaard geweest zijn in de parochieherberg of bij de baljuw of dorpssecretaris. We weten echter niet veel over de vroegere archiefberging. In 1892 werd een woonhuis, geschonken door de ambachtsheer, verbouwd tot gemeentehuis. Het archief was over vier vertrekken verdeeld: de zolder, de raadszaal, de burgemeesterskamer en de secretarie. De bevolkingsregisters van 1906-1940 bevonden zich in de brandvrije archiefbewaarplaats van de gemeente Driewegen. Een inventaris uit 1924 bleek niet meer te vinden.

In 1969 werd besloot men de archiefbewaarplaats van Driewegen aan te wijzen als gemeentelijke archiefbewaarplaats.

Het archief werd in de 19e eeuw chronologisch geordend. Hierin bevinden zich registers van ingeko­men en uitgaande stukken. Deze zijn echter niet compleet. Zoals we al zagen is de inventaris uit 1924 zoekgeraakt. Na de tweede wereldoorlog is men overgegaan op dossiervorming op basis van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten opgestelde archiefcode.

In 1970 werd Ellewoutsdijk onderdeel van de gemeente Borsele. De nieuwe gemeente stelde twee oud-secretarissen aan voor de inventarisatie van de voormalige gemeenten. Zeer veel stukken werden vernietigd zonder verklaring van vernietiging.

Bron: inventaris van de voormalige gemeente Ellewoutsdijk