‘s-Heerenhoek

Ontstaan

Het gebied waarin ‘s-Heerenhoek ligt, maakt deel uit van het stroomgebied van de Zwake. Dit was een brede zeearm die tussen de eilanden Zuid-Beveland en Borselen liep. In de loop van de middeleeuwen werd het gebied schor voor schor, polder na polder teruggewonnen op de zee. De laatste diepe vaargeul werd in 1445 afgedamd. De huidige Lenshoekdijk is deze afsluitdam. Hier ontstonden de Middel-Zwakepolder, de Kruiningenpolder en de Louisepolder. ‘s-Heerenhoek lag in de Borsselse polder. Deze is in 1616 bedijkt. Dit werk was in 1626 klaar. Het land was echter nog niet direct bewoonbaar. Men had nog zeker een jaar nodig voor de aanleg van welen, sloten, heulen, oprellen en een zeesluis. Ook het verkavelen van de landerijen kostte tijd. Bij deze werkzaamheden waren veel inwoners uit de omliggende dorpen betrokken.

Aan het begin van de bedijking van de Borsselepolder in 1615, moeten er minstens één hoeve en een paar arbeidershuisjes hebben gestaan in de Nieuwe Kraayertpolder. Toen alle dijken gesloten waren, hebben de ambachtsheren van ‘s-Heer Arendskerke de afgegraven schorgronden tegen de zeedijk aangewezen als de plaats voor een nieuw te bouwen dorp. Er kwam een straat onder de dijk langs en een Achterstraat waarop de erven van de huizen aan de Voorstraat uitkwamen. Deze twee straten werden door een Middelweg aan elkaar verbonden, zodat een eenvoudig stratenplan ontstond. Later is er ten zuiden van de Achter­straat nog een straat bijgekomen. Het eerste huis zal omstreeks 1617 gebouwd zijn. Waarschijnlijk stonden er in het begin maar een tiental huizen in Calishoek, zoals ‘s-Heerenhoek toen werd genoemd. Hieronder waren echter wel twee herbergen en een smidse. Er werden in de loop van tijd steeds meer huizen gebouwd. In 1641 kwam er een molen in het dorp. In 1655 namen vier inwoners het initiatief om tot een zelfstandige kerkgemeenschap te komen. In het begin bestond die uit tien echtparen, vier alleenstaande mannen en twee vrouwen. Er werd gekerkt in een oude schuur midden op het dorp. Ook waren er nu genoeg kinderen om een school te stichten. In 40 jaar was Calishoek uitgegroeid van een gehucht tot een klein dorp. Er deden zich nog een aantal belangrijke gebeurtenissen voor in de geschiedenis van het dorp. Op 21 oktober 1669 brak er een geweldige brand uit die een gedeelte van het dorp in de as legde. In 1671 werd Calishoek van Heinkenszand  afgesplitst. Het kreeg een eigen gerecht, bestaande uit een schout en schepenen. In 1672 werd er een nieuwe kerk gebouwd.

Ambachtsheerlijkheden

‘s-Heerenhoek was een zelfstandige ambachtsheerlijkheid. Ze behoorde tot de zogenaamde vier gemene ambachten. Er was namelijk een groot aantal ambachtsgerechtigden. Hieruit werd een dagelijks bestuur gevormd van mensen die in de streek woonden en de dagelijkse zaken behartigden. Tweemaal per jaar was er een algemene ledenvergadering die door alle ambachtsgerechtigden werd bijgewoond. Hier werden de belangrijke besluiten genomen. Ook de maatregelen die door het bestuur waren genomen, werden dan bekrachtigd.

De ambachtsheren hadden veel te vertellen. Ze benoemden alle dorpsnotabelen, zoals de schout en de schepenen. Met de komst van de Bataafse republiek werden de ambachtsheerlijke rechten gedeeltelijk vervallen verklaard. In 1814, met het uitroepen van het Koninkrijk der Nederlanden, werden ze weer ten dele hersteld. Vanaf die tijd was de Vereniging van ambachtsgerechtigden niet meer dan een aantal mensen met een gezamenlijk eigendom dat zo goed mogelijk moest renderen. In 1872 kwam er een einde aan de vereniging. De eigendommen en rechten werden verkocht aan J.A. Tak. Hij betaalde voor de titel met bijbehorende bermen fl. 1260,- en voor de bomen betaalde hij fl. 360,-. De erfpacht op de molen werd door de eigenaar afgekocht. Abraham van Stolk was in 1883 in het bezit van de titel, maar heeft die waarschijnlijk in 1885 weer verkocht.

Aanvankelijk werd het dorp Calishoek genoemd. Tot 1674 werd deze naam gehanteerd in de doopboeken. Tussen 1674 en 1707 werden de namen Calishoek, Ambagtsheerenhoek, ‘s-Heerenhoek of Den Hoek door elkaar gebruikt. Het is mogelijk dat de naam ‘s-Heerenhoek in 1671 is ingesteld. Toen werd namelijk het dorp, zoals we al meldden, afgesplitst van Heinkenszand. De naam Calishoek werd nog tientallen jaren door de bewoners gebruikt.

Calis heeft de betekenis van “vreemdeling” of van “armelijke buurt”. Dit zou erop kunnen wijzen dat de inpoldering werd gedaan door mensen die van elders afkomstig waren en niet bepaald tot de rijken behoorden. Een aantal van hen is in het dorp blijven “hangen”. De betekenis van de naam ‘s-Heerenhoek slaat op het recht van aanwas dat toekwam aan de gezamenlijke ambachtsheren van ‘s-Heer Arendskerke.

Dorps- en gemeentebestuur

Vroeger kende ‘s-Heerenhoek een bestuur dat niet veel afweek van de andere dorpen in Zuid-Beveland. Het bestuur, dat optrad namens de ambachtsgerechtigden, benoemde de baljuw, schout en schepenen, kerk- en armmeesters en de ontvanger van de accijns. Bij het beroepen van de predikant en kerkenraadsleden hadden zij stemrecht. Baljuw en schepenen, later schout en schepenen, waren belast met de uitvoering van het bestuur in het dorp. Ook hadden ze de lage rechtspraak in handen. Ze mochten beslissingen nemen in rechterlijke en civiele procedures. Administratief werden ze bijgestaan door de dorpssecretaris.

In 1795 kwamen de Fransen in ons land en vond de Bataafse omwenteling plaats. Nu werden ook de ambachtsheerlijke rechten afgeschaft. De rol van de ambachtsheren in het plaatselijke bestuur was uitgespeeld. Er ontstond een prille vorm van democratie. Van 1806-1810 was er het Koninkrijk Holland met Lodewijk Napoleon aan het hoofd. In 1810 werd dit koninkrijk opgeheven en lijfde Napoleon het in bij Frankrijk. De Franse wetgeving werd nu van kracht. Er kwamen een maire en een municipale raad. Het zwaartepunt van het bestuur kwam bij de maire te liggen. In 1814 kwam er een gemeenteraad, een schout en assessoren. Deze functionarissen werden door de gemeenteraad gekozen maar door de provincie benoemd. In 1824 wijzigde men de naam schout in burgemeester. In 1851 werd de nieuwe gemeentewet ingevoerd. Het verschil tussen stad en platteland verviel. Aan het hoofd van de gemeente kwam nu de gemeenteraad te staan. Dit orgaan had verordenende bevoegdheden en regelde de gemeentefinanciën. De gemeenteraad werd om de vier jaar gekozen en uit haar midden werden twee wethouders aangewezen. Deze vormden samen met de burgemeester het college van burgemeester en wethouders. Dit college had de taak om de besluiten voor de gemeenteraad voor te bereiden en uit te voeren. Het werkte verder mee aan regelingen van hogerhand. De burgemeester  had een representatieve taak en was belast met het oppertoezicht over brandweer en politie. Voor zes jaar werd hij door de Kroon benoemd. In de regel werd hij voor een volgende termijn benoemd.

In 1851 mocht slechts een klein deel van de inwoners gebruik maken van het kiesrecht. In de praktijk was het de elite van het dorp die het gemeente­bestuur koos. In de loop der tijd ontstonden er allerlei vormen van kiesrecht. Er kwamen loon-, spaar- en examenkiezers. In 1919 werd een algemeen stemrecht voor iedereen ouder dan 21 jaar ingevoerd. De gemeenteraad van ‘s-Heerenhoek bestond uit zeven raadsleden naar rato van de inwoners van het dorp.

Toen ‘s-Heerenhoek vanaf 1672 een zelfstandig bestuur kreeg, vergaderde men in de herberg “’s Lands Welvaren” in de Voorstraat. In 1881 werd bij de Drankwet het vergaderen van bestuurscolleges in gelegenheden waar sterke drank werd geschonken, verboden. Bleef men toch vergaderen in de herberg dan moest de gemeentekamer afgescheiden zijn van de gelagkamer. Ook moest er een aparte deur naar de straat zijn. De gemeenteraad besloot dat men op deze manier zou vergaderen en nam de kosten van de verbouwing van de herberg op zich. De herbergier vond dit goed maar bedong wel dat er 15 jaar bij hem zou worden vergaderd. De administratie en secretarie werd in de woning van de secretaris gevoerd. De kwetsbare archiefonderdelen werden in 1887 op aandringen van de Commissaris des Konings opgeborgen in een brandkast. De 15 jaar maakte men niet vol in de herberg. In 1892 werd een huis gekocht en het ingericht als gemeentehuis. In 1954 verbouwde men dat, omdat het zwaar verouderd was. In 1962 werd er nog een grote raadzaal achter het huis gebouwd. Na de herindeling van 1970 werd het gemeentehuis al snel afgestoten en weer als woonhuis in gebruik genomen.

Dorpsleven

‘s-Heerenhoek was een agrarische dorpsgemeenschap. Van 1657 tot 1795 steeg het aantal inwoners van ongeveer 100 tot 416. In 1811 was het aantal inwoners gestegen tot 484.1n de loop van de eeuw groeide de bevolking gestaag. In 1820 en 1826 bedroeg het aantal inwoners respectievelijk 612 en 682. In 1850 bedroeg het aantal inwoners 776, om in 1900 door te stijgen naar 1031. Bij de herindeling van 1970 bedroeg het aantal inwoners bijna 1600. Tegenwoordig wonen er bijna 1800 inwoners in ‘s-Heerenhoek. Het aantal huizen steeg ook in de loop van tijd. Stonden er in 1747 74 huizen, dit aantal was opgelopen in 1889 tot 238.

In 1625, na het bouwen van de eerste huisjes, bevonden zich al twee herbergen in het dorp. Deze situatie bleef heel lang bestaan. De twee herbergen kregen de namen “’s Lands Welvaren” en “De Hooge Deure”. In 1743 kwam er een derde herberg bij, toen de ambachtsheren aan Jan Hollebrandse vergunning verleenden om tussen de twee herbergen in het pand, dat al als bakkerij in gebruik was, een kroeg te houden. Deze situatie bleef tot in de 19e eeuw bestaan. In de tweede helft daarvan kwamen er steeds meer herbergen en kroegen in ‘s-Heerenhoek. In 1882 waren er 14 vergunningen uitgegeven voor de kleinhandel in sterke drank. Dit was aanleiding voor de pastoor om te klagen over het sluitingsuur van de herbergen. Ook werden er in de herbergen  verlotingen gehouden die aanleiding gaven tot dronkenschap. Het gemeentebestuur nam maatregelen en stelde een verordening op het sluitingsuur vast. Het is nog steeds zo dat het dorp veel meer horeca­gelegenheden kent dan de omringende dorpen in de Zak van Zuid-Beveland.

Rond 1642 was er waarschijnlijk al een molen op het dorp. Deze molen was in het bezit van de ambachtsgerechtigden en werd door hen verpacht. Bij de verkoop van de eigendommen en rechten van de ambachtsgerechtigden werd de pacht van de molen afgekocht door de toenmalige molenaar Pieter Knuit. De molen bestaat tegenwoordig niet meer. In 1937 sloeg de bliksem in de molen en deze brandde tot de grond toe af.

Kerkelijke geschiedenis

In 1657 kwam het tot een zelfstandige protestantse gemeente met de benoeming van de eerste predikant. De eerste jaren werd er gekerkt in een oude schuur aan de Achterstraat. Onder de tweede predikant Elias Suurendonk werden er plannen gemaakt voor een eigen kerkgebouw. Er werd een aantal gulle gevers gemobiliseerd. Samen met de subsidie van de Staten van Zeeland wist men een aanzienlijk bedrag bij elkaar te brengen en in 1672 vond de aanbesteding van het kerkgebouw in Goes plaats. Binnen drie maanden was de kerk gebouwd. Het was een eenvoudig en sober gebouw met een kleine dakruiter. Dit kerkje werd tot in het begin van de 20e eeuw gebruikt. In 1985 werd het voor het symbolische bedrag van fl 1,- verkocht aan het Openluchtmuseum  te Arnhem.

In de eerste helft van de 18e eeuw was er maar een klein aantal gezinnen Rooms-katholieke in ‘s-Heerenhoek. Met de instelling van de Bataafse Republiek in 1795 veranderde dat. Er was nu sprake van vrijheid van godsdienst. Er kwam een Rooms-Katholieke Statie in ‘s-Heerenhoek en er werden een kerk en pastorie gebouwd. Het aantal rooms-katholieken steeg toen snel door toedoen van enkele grote, katholieke boeren die geloofsgenoten in dienst namen als landarbeider. De eerste kerk bleef tot 1865 bestaan, waarna er in 1873 een nieuwe werd gebouwd. Dit kerkgebouw bestaat nog steeds. In 1974 werd het op de Monumentenlijst geplaatst.

Scholen

In ‘s-Heerenhoek waren drie scholen. Een openbare lagere school en twee Rooms­-Katholieke scholen, namelijk een jongens- en een meisjesschool. In 1937 werd besloten de openbare lagere school te sluiten wegens gebrek aan leerlingen. De R.K. jongens- en meisjesschool werden in 1962 samengevoegd tot één school.

Archief

In vroeger tijd vergaderde het bestuur in één van de herbergen van het dorp. Het archief zal dan wel in die herberg bewaard gebleven zijn of thuis bij de baljuw of secretaris. Voor de 19e eeuw weten we meer van de bewaring van het archief. Zo werd in 1887, op aandringen van de Commissaris des Konings, een brandkast aangeschaft voor het opbergen  van kwetsbare archiefstukken, zoals de registers van de burgerlijke stand. De retroacta van de burgerlijke stand werden in 1922 aan het rijk overgedragen. In 1892 werd er een nieuw gemeentehuis in gebruik genomen. In dit gebouw werd echter geen archiefkluis  gebouwd. Die kwam er pas in 1947, mede op aandringen van de Rijksinspectie van de Bevolkingsregisters, die op grond van het Besluit bevolkingsboekhouding aandrong op brandvrije berging van de bevolkingsadministratie. In 1963 bracht de provinciaal archiefinspecteur  een bezoek aan de gemeente. Hij constateerde dat het oud­ archief in goede staat verkeerde en stofvrij bewaard werd in voor dit doel zeer geschikte archiefdozen. De bestaande kluis bleek echter niet groot genoeg te zijn om het hele archief na voltooiing van het inventarisatiewerk door de provinciale archiefinspectie, te bevatten. Een aanzienlijk aantal stukken bevond zich op de zolder van het gemeentehuis en die voldeed niet aan de minimale eisen van brandveiligheid. De zolder was slechts te bereiken met behulp van een losse ladder. De inspecteur stelde voor om bij de bouw van de nieuwe raadzaal, die voor 1963 gepland stond, in het souterrain een nieuwe bewaarplaats te bouwen. De gemeente stemde hiermee in. De bescheiden van de rechtbank kwamen in de 19e eeuw terecht bij het rijksarchief en werden daar beschreven in de inventaris van de Rechterlijke Archieven in Zeeland.  

Na de herindeling van 1970 werden door de gemeente Borsele twee oude-medewerkers belast met de inventarisatie  van de voormalige gemeenten. Bij die inventarisatie zijn veel archief­stukken vernietigd zonder verklaring van vernietiging.